Amsterdam is een uitgesproken wandelstad: nergens anders liggen zoveel bezienswaardigheden zo dicht bij elkaar, en te voet zie je details die je op de fiets of in de tram voorbij raast.
Waarom te voet
De binnenstad is zo compact dat lopen vaak sneller en altijd aangenamer is dan elk alternatief.
Alles binnen een half uur: van Amsterdam Centraal Station naar het Museumplein loop je in ongeveer dertig minuten, dwars door het mooiste deel van de stad.
Geen gedoe met vervoer: je hoeft niet in te checken, geen kaartje te kopen en nergens een fiets te parkeren of op slot te zetten.
Je ziet de details: gevelstenen, hijsbalken, scheefgezakte panden en verstopte hofjes zie je alleen als je langzaam gaat.
Stoppen waar je wilt: een terras, een winkel, een museum of een brug om even naar het water te kijken.
Wij hebben drie routes uitgestippeld langs de mooiste openluchtbezienswaardigheden aan de grachten van Amsterdam, gerangschikt op de eeuw waarin het gebied ontstond.
Oude centrum route (1275 tot 1600): door het middeleeuwse hart van de stad, langs de oudste kerk, het oudste pakhuis en het smalste huis van Europa. Ongeveer 3 km, reken op twee uur.
Zuidelijke grachtengordel route (1660 tot 1700): door de Gouden Bocht, langs het punt waar je vijftien bruggen tegelijk ziet, en met uitzicht over de Amstel en het Museum Van Loon. Ongeveer 2 km, anderhalf tot twee uur.
Combineer ze: de drie routes sluiten geografisch op elkaar aan, dus je kunt er ook één lange dagwandeling van maken. Samen kom je op ongeveer 8 kilometer.
Onderweg meer weten: bij elke route staat wat je bij welk huisnummer ziet, met een kaart die je op je telefoon kunt volgen.
Wandelroutes langs één verhaal
Vier routes die niet de architectuur volgen maar het leven van één persoon, van hun eerste adres tot hun laatste rustplaats.
Anne Frank route: van haar ouderlijk huis aan het Merwedeplein en haar school in de Rivierenbuurt naar het achterhuis aan de Prinsengracht en het standbeeld op de Westermarkt. Zes stops over ongeveer 6 km, anderhalf uur lopen.
André Hazes route: langs de kroegen, het geboortehuis en het standbeeld van de bekendste volkszanger van Nederland, door De Pijp, West en de Jordaan. Zeven stops over ongeveer 6,5 km.
Johan Cruijff route: langs de plekken uit het leven van de beroemdste voetballer die Amsterdam heeft voortgebracht, van zijn geboortebuurt tot het stadion dat zijn naam draagt.
Doe ze op de fiets: de themaroutes voeren door meerdere stadsdelen en kennen soms lange stukken zonder stops. Met een huurfiets doe je ze in een derde van de tijd.
Plan rond je tickets: bij de Anne Frank en Rembrandt routes zitten musea waarvoor je vooraf een tijdslot moet reserveren. Stem de wandeling daarop af.
De Jordaan en de Negen Straatjes
De bekendste wandelbuurt van de stad, met smalle straten waar je makkelijk een halve dag kwijt bent.
Volksbuurt met karakter: de Jordaan werd in de zeventiende eeuw gebouwd voor arbeiders en ambachtslieden. De straten zijn er smaller en de huizen bescheidener dan in de grachtengordel ernaast.
Verstopte hofjes: achter onopvallende deuren liggen tientallen stille binnentuinen. Ze zijn vaak vrij toegankelijk, maar er wordt gewoond, dus wees stil.
De Westerkerk: de Westerkerk aan de Prinsengracht heeft de hoogste kerktoren van de stad en is in het seizoen te beklimmen.
De Negen Straatjes: de Negen Straatjes verbinden de grachten met elkaar en zitten vol kleine winkels, cafés en vintagezaken.
Op maandag en zaterdag: dan is er markt op de Noordermarkt, respectievelijk brocante en biologisch. Zie onze pagina met markten.
Het oude centrum
Het middeleeuwse deel van Amsterdam is compact, rommelig en juist daardoor het interessantst om doorheen te dwalen.
De oudste kerk: de Oude Kerk uit 1306 staat midden in de oudste buurt van de stad, omringd door middeleeuwse steegjes.
Door de Wallen: de Wallen zijn overdag een gewone, mooie oude wijk. Fotograferen van de ramen is verboden, en rondleidingen langs de ramen mogen niet meer.
Chinatown en de Zeedijk: via Chinatown loop je naar de Nieuwmarkt, met de middeleeuwse Waag als middelpunt en een van de gezelligste terrassen van het centrum.
Langs de brede straten: van de Dam loop je over het Damrak naar het station, of juist over het Rokin richting het Muntplein.
De Joodse buurt en de Plantage
Ten oosten van het centrum ligt een gebied met een heel ander karakter, breder van opzet en rijk aan geschiedenis.
De Plantagebuurt: statige lanen met veel groen, waar het in de negentiende eeuw goed wonen was en waar nu de Hortus Botanicus en het Verzetsmuseum zitten.
Een rustiger alternatief: dit deel van de stad is merkbaar minder druk dan de grachtengordel, ook in het hoogseizoen.
Groen en water
Wie even genoeg heeft van klinkers en drukte, vindt binnen een kwartier lopen alle ruimte.
Het Vondelpark: het Vondelpark is anderhalve kilometer lang en de klassieke wandeling voor een zondagochtend. Aan het einde sta je bij het Museumplein.
Dieren onderweg: in de Plantagebuurt ligt Artis, waar je een wandeling door de stad kunt afwisselen met een rondje dierentuin.
Langs het IJ: achter het Centraal Station loop je over de kades richting het Muziekgebouw en verder naar het oostelijk havengebied.
Wandelen met een gids
Een gids brengt je naar plekken en verhalen die je zelf niet snel tegenkomt.
Historische stadswandelingen: over de Gouden Eeuw, de VOC, de architectuur van de grachtengordel of de geschiedenis van de stad in het algemeen.
Rondleidingen op de Wallen: tours die zich op de geschiedenis van de buurt richten zijn toegestaan en geven een veel completer beeld dan zelf rondlopen.
Thematische tochten: van culinaire wandelingen en architectuurtours tot wandelingen over de Tweede Wereldoorlog.
Gratis alternatief: er zijn ook gratis audiotours die je zelf met je telefoon loopt, over de Dam, het Rokin en de Nes.
Reserveer vooraf: in het hoogseizoen zitten de populairste wandelingen snel vol.
Onderweg pauzeren
Een goede wandeling bestaat voor de helft uit de stops die je onderweg maakt.
Even stil staan: het Begijnhof bij het Spui is een oase van rust midden in het drukste winkelgebied, met het oudste houten huis van de stad.
Koffie en gebak: de bruine cafés langs de grachten zijn ideaal om even bij te komen. Zie onze pagina over eten en drinken.
Toiletten: openbare toiletten zijn schaars. Musea, warenhuizen, de bibliotheek en grotere cafés zijn je beste opties.
Even zitten: op vrijwel elke brug en langs de grachten staan bankjes, en op de kades zitten Amsterdammers gewoon op de rand.
Verder dan het centrum
Een paar minuten varen of één tramrit brengt je in buurten waar nauwelijks toeristen komen.
Gratis naar de overkant: de veerponten achter het Centraal Station zijn gratis. Aan de overkant in Amsterdam-Noord loop je langs het water naar de NDSM-werf, met street art en oude scheepsloodsen.
Oost en de eilanden: vanaf Amsterdam-Oost loop je over de bruggen naar de moderne wijken op de kunstmatige eilanden.
Nog verder: in de omgeving van de stad liggen duinen, polders en het strand, allemaal binnen een uur reizen.
Praktische tips
Een paar dingen maken het verschil tussen een fijne en een vermoeiende wandeldag.
Kijk uit voor fietsers: het rode asfalt is een fietspad, geen stoep. Sta er nooit op stil om te fotograferen en kijk bij het oversteken altijd twee kanten op, ook op het fietspad.
Trek stevige schoenen aan: de klinkers zijn hobbelig en de bruggen lopen op en af. Op hakken loop je hier niet ver.
Neem regenkleding mee: het weer slaat snel om en met wind heb je weinig aan een paraplu. Check voor je vertrekt de weersverwachting.
Vermijd de drukste uren: tussen elf en vier is het in het centrum het drukst. 's Ochtends vroeg heb je de grachten bijna voor jezelf, en dan is het licht bovendien op zijn mooist.
Schuilen bij regen: de openbare bibliotheek bij het Centraal Station is gratis toegankelijk, heeft toiletten en biedt vanaf het dakterras een van de mooiste uitzichten over de stad.