Het ontstaan: een dam in de Amstel (1200 tot 1300)
De stad dankt zowel haar bestaan als haar naam aan een simpel stukje waterbouwkunde.
- Een onbewoonbaar moeras: in de twaalfde eeuw bestond het huidige Noord-Holland grotendeels uit drassig veen en moeras, doorsneden door rivieren; een daarvan was de Amstel, die uitmondde in het IJ.
- De dam die alles bepaalde: rond 1200 legden bewoners een dam in de rivier om het zeewater buiten te houden; aan die dam dankt de stad haar naam, en de plek is nog altijd het middelpunt: de Dam.
- Het oudste document (1275): in 1275 verleende graaf Floris V de bewoners van Aemstelledamme tolvrijheid, de eerste keer dat de plaats op schrift verschijnt; rond 1306 volgden de stadsrechten.
- Leven van vis en bier: de vroege economie draaide op haringvangst en bierbrouwerij; van wereldhandel was nog geen sprake.

Middeleeuwen: groeien binnen de muren (1300 tot 1550)
De stad breidde zich in ringen uit vanaf de Dam, telkens wanneer ze uit haar voegen barstte.
De Oude Kerk: de Oude Kerk werd in 1306 ingewijd en is het oudste gebouw van de stad.- Het Mirakel van Amsterdam (1345): een wonder uit 1345 maakte de stad tot bedevaartsoord; de Stille Omgang, een nachtelijke processie, herinnert er nog jaarlijks aan.
De Nieuwe Kerk: begin 15e eeuw verrees op de Dam de Nieuwe Kerk, waar sinds 1814 de Nederlandse koningen worden ingehuldigd.- Steeds nieuwe grenzen: rond 1420 was de stad alweer te klein; aan de oostzijde verrees een nieuwe muur langs de huidige Geldersekade en Kloveniersburgwal, aan de westkant werd een gracht gegraven.
De Waag (1488): van die stadsmuur is de Waag over, gebouwd in 1488 als stadspoort, de Sint-Antoniespoort. Het Begijnhof: achter een poortje aan het Spui ligt het Begijnhof, met het oudste houten huis van de stad.- De Bourgondische impuls: nadat Amsterdam in de vijftiende eeuw deel werd van het rijk van Filips de Goede, groeide de haven uit tot overslagplaats voor vis uit het zuiden en graan uit het Oostzeegebied.
- De grootste van het land: met zo'n dertigduizend inwoners was Amsterdam aan het einde van die eeuw de grootste stad van Nederland.
Opstand en tolerantie (1566 tot 1675)
De zestiende eeuw bracht godsdienststrijd, en juist die legde de basis voor het latere succes.
- De Alteratie (1578): tijdens de Tachtigjarige Oorlog koos Amsterdam lang de Spaanse kant, maar in 1578 zette een staatsgreep het katholieke stadsbestuur af en sloot de stad zich aan bij de Opstand.
- Vluchtelingen als motor: protestanten uit de Zuidelijke Nederlanden en Portugese Joden die elders werden vervolgd, vonden hier onderdak en brachten kapitaal, kennis en handelsnetwerken mee.
- De val van Antwerpen (1585): toen die stad in 1585 werd geblokkeerd, verplaatste een groot deel van de handel zich naar Amsterdam; dat was de doorslaggevende zet.
Schuilkerken: katholieken mochten hun geloof alleen in stilte belijden, zoals op de zolder van Ons' Lieve Heer op Solder, een schuilkerk uit de 17e eeuw. De Portugese Synagoge (1675): de Portugees Joodse gemeenschap kon in 1675 de monumentale Portugese Synagoge inwijden.- De wortels van een reputatie: het geestelijk tolerante klimaat waar de stad tot vandaag om bekendstaat, ontstond in deze periode; filosofen als Spinoza en Descartes konden er publiceren wat elders verboden was.
De Gouden Eeuw (1600 tot 1672)
De zeventiende eeuw maakte van een handelsstad kortstondig het rijkste centrum ter wereld.
- De VOC (1602): nadat Spanje in 1580 Portugal annexeerde, moesten de Nederlanden zelf naar Azië varen; uit de losse ondernemingen ontstond in 1602 de Verenigde Oost-Indische Compagnie, waarvan Amsterdam meer dan de helft van het kapitaal leverde.
- De eerste beursgenoteerde onderneming: ook gewone burgers konden aandelen kopen, wat de VOC tot voorloper maakte van de moderne naamloze vennootschap en de Amsterdamse beurs tot de oudste ter wereld.
Een vloot van wereldformaat: in 's Lands Zeemagazijn uit 1656 vertelt het Scheepvaartmuseum dit verhaal, met ernaast de replica van het VOC-schip Amsterdam.- De keerzijde: die welvaart rustte mede op koloniale overheersing en op slavenhandel, waarin de West-Indische Compagnie vanaf 1621 een grote rol speelde; de stad bood daarvoor in 2021 formeel excuses aan.
Rembrandt: Rembrandt van Rijn woonde en werkte van 1639 tot 1658 in het huis dat nu het Rembrandthuis is. Schutters en schilders: rijke burgers lieten zich met hun schutterij portretteren; die groepsportretten hangen in de Schuttersgalerij. Kunst in overvloed: terwijl Bredero, Vondel en P.C. Hooft de Nederlandse literatuur vormgaven, ontstonden de schilderijen die je nu in het Rijksmuseum ziet.
De bouw van de grachtengordel (1613 tot 1700)
Het bekendste beeld van Amsterdam is het resultaat van een uitbreidingsplan uit 1613.
- Drie halve ringen: de grachtengordel werd in fasen aangelegd, met de Herengracht, de Keizersgracht en de Prinsengracht als hoofdassen rond de oude stad.
- Smal en hoog: omdat grondbelasting werd berekend naar de breedte van de gevel, bouwde men smal en de hoogte in; vandaar de karakteristieke hijsbalken aan de top.
De Westerkerk (1631): in de eerste helft van de eeuw verrezen de Zuiderkerk en de Westerkerk, met de hoogste kerktoren van de stad; Rembrandt werd er in 1669 begraven. Een stadhuis als paleis: nadat het gotische stadhuis in 1652 afbrandde, verrees het classicistische gebouw dat nu het Koninklijk Paleis op de Dam is; het rust op 13.659 houten palen. Wonen aan de gracht: hoe rijke families leefden, zie je in Museum Van Loon aan de Keizersgracht en het Museum Willet-Holthuysen aan de Herengracht. Het verhaal van de grachten: het Grachtenmuseum aan de Herengracht laat zien hoe de grachtengordel werd ontworpen en gebouwd.- Een wijk voor de arbeiders: tegelijk verrees de Jordaan, met veel smallere straten en huizen; rond 1700 telde de stad zo'n tweehonderdduizend inwoners.
- Werelderfgoed (2010): de grachtengordel staat sinds 2010 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.
Verval en herstel (1672 tot 1900)
Na de hoogtijdagen volgde een lange periode van stilstand, tot de industrialisatie alles veranderde.
- Het Rampjaar (1672): de Republiek raakte tegelijk in oorlog met Frankrijk en Engeland, waardoor de haven onbereikbaar werd voor de vloten uit Azië.
Het Amsterdams Peil (1684): in 1684 liet burgemeester Johannes Hudde de waterstand vastleggen; daaruit groeide het Normaal Amsterdams Peil, nog altijd de maat voor hoogtes in Nederland.- Van havenstad naar bankier: Amsterdam verloor zijn positie als stapelmarkt, maar groeide uit tot het financiële hart van Europa, dat vorsten leningen verstrekte voor hun kostbare oorlogen.
- Een eeuw stilstand: de achttiende eeuw en de Franse tijd brachten verarming; pas de opening van het Noordzeekanaal in 1876 gaf de haven weer directe toegang tot zee.
Nieuwe monumenten: in korte tijd verrezen het Rijksmuseum (1885), het Concertgebouw (1888) en Amsterdam Centraal (1889), gebouwd op een golf van hernieuwd zelfvertrouwen.
Een groeiende stad (1850 tot 1940)
De industrialisatie trok duizenden mensen naar de stad, die daarop in hoog tempo werd uitgebreid.
- Nieuwe volkswijken: rond het einde van de negentiende eeuw verrezen wijken als De Pijp, en werd het Vondelpark aangelegd als groene long voor de gegoede buurten eromheen.
- Plan Zuid (1917): het uitbreidingsplan van architect Berlage uit 1917 geldt nog altijd als een hoogtepunt van stedenbouw, met de expressieve baksteenarchitectuur van de Amsterdamse School.
- Alle kanten op: na 1920 volgden grootschalige uitbreidingen naar west, zuid en oost, en ook ten noorden van het IJ verrezen nieuwe wijken in Amsterdam-Noord.

De Tweede Wereldoorlog (1940 tot 1945)
De bezettingsjaren vormen het donkerste hoofdstuk uit de geschiedenis van de stad.
Een oude Joodse gemeenschap: Amsterdam telde bij het uitbreken van de oorlog ongeveer tachtigduizend Joodse inwoners, een gemeenschap die sinds de zestiende eeuw was gegroeid; het Joods Museum vertelt haar verhaal.- De Februaristaking (1941): in februari 1941 legden Amsterdammers het werk neer uit protest tegen de eerste razzia's, de enige massale staking tegen de Jodenvervolging in bezet Europa; het beeld De Dokwerker op het Jonas Daniël Meijerplein herinnert eraan.
De deportaties: van de Joodse inwoners van de stad keerde de overgrote meerderheid niet terug; namen en levensverhalen worden bewaard in het Nationaal Holocaustmuseum en de Hollandsche Schouwburg. Het Achterhuis: in het Anne Frank Huis aan de Prinsengracht dook de familie Frank ruim twee jaar onder; het dagboek van Anne werd na de oorlog wereldwijd gelezen. Verzet: hoe Amsterdammers zich verzetten, aanpasten of collaboreerden, laat het Verzetsmuseum zien.- De Hongerwinter en de bevrijding (1945): de winter van 1944 op 1945 bracht honger en kou; op 5 mei 1945 volgde de bevrijding, die jaarlijks wordt herdacht bij het Nationaal Monument op de Dam.
Van wederopbouw tot vandaag (1945 tot nu)
Na de oorlog werd Amsterdam achtereenvolgens een wederopbouwstad, een broedplaats van tegencultuur en een wereldbestemming.
- Bouwen in het groot: in de jaren zestig verrees de Bijlmermeer in Zuidoost, een modernistische wijk van flats en verhoogde wegen die later ingrijpend is herzien.
- Stad van protest: in dezelfde jaren werd Amsterdam het Europese centrum van de tegencultuur, met Provo, de krakersbeweging en de eerste coffeeshops.
Cruijff en Ajax: in de jaren zeventig kreeg de stad wereldfaam als thuisbasis van Johan Cruijff en Ajax, die sinds 1996 spelen in de Johan Cruijff ArenA.- Bouwen op het water: het nieuwe eiland IJburg in het IJmeer is sinds de eeuwwisseling in aanbouw, goed voor tienduizenden woningen.
- De stad ondergronds (2018): in 2018 opende de Noord/Zuidlijn, een metroverbinding die na jarenlange, moeizame aanleg de noordelijke en zuidelijke stadsdelen verbond.
- Culturele hoofdstad: Amsterdam huisvest orkesten, ballet, theater, tientallen musea, galeries, twee universiteiten en talloze hogescholen.


























