Gevels
Langs de grachten en straten van het oude centrum wandelen is een echt plezier voor het oog. Vergeet dan ook zeker niet om de Amsterdamse gevels te bewonderen. Je het vindt het ene naast het andere en ze vormen als het ware een ketting. In Amsterdam vind je mooie huisjes met een typerende uitstraling aan de oevers van de kanalen. Als je ze van naderbij bekijkt, merk je dat ze van elkaar verschillen door hun kleur, de gebruikte materialen, de decoratie en de trapgevels. Dankzij de trapgevels, die de huizen van elkaar scheiden, krijgen de gebouwen nog meer cachet.
De oorsprong van de trapgevels
Een trapgevel is een typische decoratieve gevel met een unieke uitstraling die veel gebruikt werd in de traditionele architectuur van verschillende Duitse, Vlaamse, Scandinavische en Nederlandse regio’s. In Amsterdam werden trapgevels vanaf de Middeleeuwen veel gebruikt en zijn het karakteristieke onderdelen geworden van de stedelijke bouwkunst. Je vindt trapgevels trouwens ook in dorpen bij landelijke en bescheiden woningen.
Er zijn verschillende redenen die verklaren waarom er indertijd huizen met trapgevels werden gebouwd. Oorspronkelijk werden ze gebouwd om gemakkelijk toegang tot het dak te krijgen. Verder deden ze ook dienst als ‘brandgang’, om het gebouw tegen de regen te beschermen en om te vermijden dat er water in de draagmuur terechtkwam. Maar na verloop van tijd hebben trapgevels beetje bij beetje hun oorspronkelijke functionaliteit verloren en zijn ze hoe langer hoe meer esthetische en decoratieve elementen geworden.
Houten gevels
Tot circa 1550 werden in Amsterdam houten huizen met puntgevels gebouwd. Daarvan bestaan er nu nog maar twee: Begijnhof 34 en Zeedijk 1. Dit soort huizen leverde natuurlijk een groot brandgevaar op; na een aantal grote branden verbood het stadsbestuur de bouw van houten gevels. Al na de stadsbranden van 1421 en 1452 was bepaald dat zijmuren van steen gebouwd moesten worden.
Trapgevels
Tussen 1600 en 1665 werden de houten puntgevels in snel tempo vervangen door trapgevels van baksteen. De top van de trapgevel versmalt zich trapsgewijs naar boven toe. In de 17e eeuw werd het stadsbeeld vrijwel bepaald door trapgevels; nu zijn er nog maar een stuk of honderd originele trapgevels over.
Tuitgevels
Komen als voorgevel alleen voor bij pakhuizen van 1620-1720. De tuitgevel is een sobere bakstenen gevel met puntdak, de top afgedekt met een zandstenen plaat of klein fronton. De tuitgevel heeft aan de zijkanten een klein aanzetstuk, soms bestaand uit een gewoon vierkant zandstenen plaatje maar ook wel een gekrulde vorm (voluut). Woonhuizen hebben ook tuitgevels maar dan aan de achterkant waar je niet hoeft te pronken.
Halsgevels
Halsgevels werden gebouwd van 1640-1780, de nadruk ligt op de eerste helft van de 18e eeuw. Bakstenen gevel met aan beide zijden een hoek van 90 graden, opgevuld met zandstenen klauwstukken. Architect Philip Vingboons is de uitvinder van de halsgevel; de eerste echte halsgevel uit 1636, Herengracht 168, is van zijn hand.
Verhoogde halsgevels
Werden gebouwd van 1640-1670. De verhoogde halsgevel is eigenlijk een trapgevel die is teruggebracht tot twee grote treden. De gevel heeft dus aan beide zijden twee hoeken van 90 graden. De hoeken zijn opgevuld met klauwstukken. De verhoogde halsgevel heeft vaak pilasters aangezien die in de periode 1640-1670 in de mode waren (bloeitijd van het Classicisme). Ook frontons op de top en oeils-de-boeuf komen veel voor.
Klokgevels
Klokgevels stammen uit de periode 1660 tot 1790. De top van een klokgevel is van baksteen, heeft de vorm van een klok en zandstenen versieringen op de randen, eindigend in aanzetstukken, ook voluten genoemd. Tot 1700 zijn de klokgevels lager en eenvoudiger dan daarna. Tot 1700 hebben ze ook vaak een fronton en vruchten- en bloemenslingers. Daarna zijn de uitbundiger aanzetstukken en de asymmetrische kuiven (Louis XV stijl) kenmerkend.
Verhoogde kroonlijsten
De 18e eeuwse verhoogde lijstgevel heeft een rechte lijst die in het midden onderbroken wordt door een ronde verhoging met hijsbalk en vlieringluik. Meestal zeer uitbundige versieringen en ondersteund door barokke consoles. De verhoging heeft mede de functie om het beschamende puntdak (dat bij een rechte kroonlijst zichtbaar is) toe te dekken. De barokstijlen van Louis XIV en XV passen goed bij de verhoogde kroonlijsten.
Lijstgevels
Bij lijstgevels eindigt de gevel in een rechte horizontale lijst. De lijstgevel komt al vanaf 1660 voor, meestal bij de brede paleisachtige herenhuizen, bijvoorbeeld in De Gouden Bocht van de Herengracht. Vaak zijn het classicistische gevels met pilasters. Maar de lijstgevel komt pas in de 19e eeuw echt in de mode. Door het slechte economische tij was het na 1800 gedaan met versieringen in de top. Veel gevels werden gemoderniseerd en van een houten lijst voorzien, geheel volgens de sobere mode en de afgenomen welvaart: een goedkope oplossing als de rijk versierde oude gevel aan vervanging toe was. Een groot deel van de grachtenhuizen heeft nu zo'n rechte lijst waar vroeger een trap-, hals-, of klokgevel prijkte. Pikant is dat vaak nog net een stukje van het statusverlagende puntdak boven de lijst uitsteekt.